Opleiding: Initiator
U9: Basisvorming
Bewegen om te leren
Tijdens de fase Basisvorming (U9 en ook U11) worden de motorische vaardigheden verder ontwikkeld en de basisbewegingen van korfbal aangeleerd in een uitdagende omgeving. In deze fase – die loopt tot het begin van de groeispurt – bevinden kinderen zich in de zogenaamde gouden leeftijd. De hersenen hebben bijna de volwassen omvang en complexiteit bereikt, terwijl het lichaam ideale verhoudingen heeft om snel (sportspecifieke) bewegingen te leren.
De trainingen behouden een veelzijdig karakter, met nadruk op de verdere ontwikkeling van coördinatieve vaardigheden. Er is nog geen onderscheid tussen jongens en meisjes. Er is weinig tot geen prestatiedruk; plezier beleven staat centraal. De vaardigheden die kinderen in deze fase ontwikkelen vormen de basis om later meer complexe vaardigheden aan te leren en leveren voordeel op in elke sport. Een brede basisvorming is belangrijk, zodat alle fundamentele bewegingspatronen en motorische vaardigheden maximaal ontwikkeld worden.
De U9-korfballers kunnen nog niet lang hun aandacht vasthouden (korte aandachtsspanne). Veel afwisseling in de oefenstof blijft dus noodzakelijk, waarbij alle vaardigheden aan bod komen. Zorg er als trainer voor dat er een positieve sfeer heerst. Creëer succesbeleving en versterk zo het zelfvertrouwen van jonge korfballers.
Bij U9 wordt op een laagdrempelige en speelse manier gestart met de ontwikkeling van ruimtelijk inzicht (tactiek): waar is de vrije ruimte, verdedigen tussen tegenstander en paal, enzovoort. Zeker op deze leeftijd is het belangrijk hiervoor spelvormen te gebruiken, zodat kinderen dit onbewust ontwikkelen.
Fysieke kenmerken
-
Kracht: Spieren en botten kunnen nog steeds geen zware belasting aan. Korfballers in deze fase ontwikkelen vanzelf meer kracht dankzij een beter functionerend zenuwstelsel en een lichte toename van spiermassa. Naast de speelse vormen met het eigen lichaamsgewicht voegen we nu vormspanningsoefeningen toe, zodat atleten leren wat “spanning” en “ontspanning” betekenen. De focus ligt op basiskracht, niet op specifieke krachtvormen.
-
Lenigheid: Vanaf ongeveer 9 jaar vermindert de natuurlijke lenigheid. Daarom onderhouden we die actief. We gebruiken vooral actieve lenigheidsvormen, geïntegreerd in de opwarming. Zo behouden kinderen hun soepelheid zonder aparte lenigheidstraining.
-
Snelheid:
We blijven inzetten op:
-
Bewegingssnelheid (frequentie)
-
Reactiesnelheid
-
Startsnelheid
-
Wendbaarheid
Naast laag-intensieve tweebenige sprongen voegen we nu ook af en toe éénbenige sprongen ter plaatse toe. We kunnen vormen van maximale snelheid aanbieden, maar houden de inspanningen beperkt tot maximaal 5 seconden (ongeveer 30 à 40 meter).
-
-
Uithouding: We plannen nog geen specifieke aerobe of anaerobe trainingen, omdat atleten in deze fase weinig extra trainingseffect behalen.
Intermitterende activiteiten (afwisselend rust en inspanning) kunnen tot 10 à 12 minuten duren.
-
Coördinatie: We blijven spelvormen gebruiken om verschillende coördinatievaardigheden te verbeteren: oog-handcoördinatie, evenwicht, oog-voetcoördinatie, ritme, enzovoort.
De beweegfamilies, loop-, spring- en werpvormen, balspelen en gymnastische oefeningen blijven de basis van de training.
We trainen bewust tweezijdig, zodat atleten hun linker- en rechterkant evenwichtig ontwikkelen. Af en toe besteden we aandacht aan techniek, vooral om de wedstrijdvormen voor te bereiden. We starten met het trainen van het bovenhands schot en 2-handige passing. Die technische oefenvormen nemen maximaal 15% van de trainingstijd in beslag.
Mentale kenmerken
De mentale kenmerken blijven gelijk zoals bij U7:
Deze leeftijdscategorie blijft voornamelijk gericht op plezier en succesbeleving.
Kinderen aanmoedigen en stimuleren om hun emoties en gedachten te benoemen, zodat ze leren herkennen wat ze voelen en ervaren tijdens het sporten. Door regelmatig vragen te stellen als trainer zoals "Waarom ben je boos?" of "Wat vond je moeilijk of leuk?", help je hen hun gevoelens onder woorden te brengen, vergroot je hun zelfvertrouwen en creëer je een veilige leeromgeving waarin ze zich gehoord en begrepen voelen. Dit draagt bij aan hun sociaal-emotionele ontwikkeling en verhoogt hun betrokkenheid en plezier tijdens de training.
7- en 8- jarige Kinderen hebben nog steeds een korte aandachtsboog (korte oefen-en spelvormen). Kinderen leren wanneer ze moeten focussen (aandacht vragen tijdens korte instructiemomenten) en wanneer ze mogen ontspannen. De aandachtsboog langzaam blijven verlengen.
Technische en tactische kenmerken:
Bij kinderen van 7 tot 8 jaar is het ontwikkelingsniveau voldoende gevorderd om naast algemene bewegingsvaardigheden ook gericht aandacht te besteden aan specifieke technische en eenvoudige tactische vaardigheden. Op deze leeftijd kunnen kinderen instructies beter begrijpen, zich langer concentreren en verbanden leggen tussen hun handelingen en het resultaat ervan. Hierdoor ontstaat een goede basis om sportspecifieke technieken aan te leren en eenvoudige wedstrijdsituaties te leren herkennen.
Technische training (max. 15% van een training) richt zich op de correcte uitvoering van fundamentele vaardigheden binnen de korfbalsport. Hierbij ligt de nadruk op kwaliteit van bewegen, zonder dat prestatie centraal staat. Dit gebeurt op een speelse manier, met veel herhalingen en variatie, zodat de bewegingen geleidelijk geautomatiseerd raken. Bij U9 wordt er gestart met bovenhands schot en 2-handige passing.
Tactische training wordt op deze leeftijd eenvoudig en onbewust gehouden. Kinderen leren basisprincipes zoals vrijlopen, samenwerken, ruimte herkennen, eenvoudige keuzes maken en rekening houden met medespelers en tegenstanders. Door spelvormen en herkenbare situaties ontdekken ze spelenderwijs waarom bepaalde acties succesvol zijn.
De aanpak moet steeds kindgericht en speels blijven. Trainers geven korte en duidelijke instructies, gebruiken veel voorbeelden en demonstraties, en laten kinderen vooral leren door te doen. Positieve feedback en succeservaringen zijn hierbij essentieel.